
De eerste mensen, die onze streken bevolkten, waren jagers en verzamelaars. Ze leidden een nomadisch bestaan en volgden de sporen van rendierkuddes. In het Neolithicum (de nieuwe steentijd) wijzigden de mensen hun levenswijze: zij garandeerden zich van voedsel door het verbouwen van graan en het domesticeren van dieren. Deze eerste boeren leefden in huizen gemaakt van hout en leem, waarvan de daken met stro waren afgedekt. Rondom de huizen legden zij hun velden aan en deden nog iets, wat nieuw en ongewoon was: zij bouwden hunebedden voor hun doden.
In deze tijd leerden de mensen om voorraden aan te leggen, zodat zij het gehele jaar van alles voorzien zouden zijn. Voor het bewaren van het eten werden aardewerk potten gemaakt. De potten werden versierd met diep in de nog ongebakken klei ingestoken motieven, waardoor ze meer werden dan louter gebruiksvoorwerpen. De bijzondere vorm van enkele bekers - hun trechtervormige hals - heeft deze tijd zijn naam gegeven: Trechterbekercultuur.
Als sporen van menselijk handelen, zijn de karakteristieke Trechterbekers het bewijs van het begin van de landbouw en zijn zij kenmerkend voor een in Noord-Europa wijdverbreide cultuur. Zonder grenzen leefden de eerste boeren van de regio Emsland/Drenthe met hun andere buren. Binnen hun eigen cultuurkring stonden allen met elkaar in contact. Dit blijkt eenduidig uit de getuigen van de nieuwe steentijd - graven en grafvondsten. De mensen wisselden informatie uit over hun kennis en deskundigheid.
Ook nu nog is de terugreis naar lang vervlogen tijden spannend en aantrekkelijk.